Inleiding
Ondanks plannen tot een 'modernere' motorwagen werd gelijk na de oorlog een serie van twintig wagens type 554 besteld, welke moesten dienen
als snelle vervanging van de vele in de oorlog verloren gegane motorwagens. Het type werd uitgerust met dezelfde Brossel-motor als de 553
(reeks 49), maar werd wel voorzien van een ander uiterlijk. Ragheno te Mechelen leverde de twintig wagens aan Brugge en Haine St. Pierre
in 1952. De 554's van Haine St. Pierre reden op diverse lijnen in het Centrum, die van Brugge reden onder andere op het toen nog lokaallijntje
naar Oostende en de oude lijn Gent-Zelzate-Eeklo. In Brugge werden ze al snel verdreven naar Merelbeke, welke ze even later afstond aan Haine
St. Pierre en Ath onder invloed van de komt van het type 605. Met de concentratie in Ath en Haine St. Pierre waren de 554's heer en meester
'rond de taalgrens'. Onder invloed van diezelfde 605's verschoven steeds meer diensten van Haine St. Pierre naar Ath, tot de laatste tien in
juni 1984 ofwel buiten dienst gingen, ofwel ook naar Ath gingen. Vanaf dat moment vond dus ook een eerste buitendienststellingsgolf plaats.
De tweede volgde drie jaar later, toen ze op hun laatste dienst Mons-Ath-Geraardsbergen werden vervangen door ander materieel. Na enige jaren
conservering gingen twee van de vijf (de 4601 en 4603) laatste rijvaardige 46'ers naar Haine St. Pierre terug voor toeristische ritten van de
NMBS zelf, twee andere (de 4608 en 4609) verhuisden naar Montzen om daar de nieuwere 43'ers uit hun laatste dienst als personeelstrein
Welkenraedt-Montzen (lijn 39) te verdrijven. De twee 'excursiewagens' volgden hun voorbeeld al na korte tijd, zodat de laatste
vier 46'ers in Montzen gestationeerd waren voor de personeelstreinen. Hier reden ze tot de eerste helft van de jaren negentig, toen
opkomend autoverkeer en een dalend personeelsbestand de opheffing van deze dienst opleverde. Daarna werden ze langere tijd in Montzen
aan de kant gehouden.
Buiten de wisselingen in kleurstellingen en het aanbrengen van eerst twéé koplampen in plaats van een enkele en later dubbele in plaats van
enkele koplampen - zoals bij de overige motorrijtuigen - werden de 46'ers in de jaren zeventig voorzien van een nieuwe motor van GM (zoals
de reeksen 44 en 45).
De eerste afgevoerde 46'er, de 4612, werd omgebouwd tot diensmotorstel voor het ES-departement. Voor deze diensten kreeg de motorwagen
een platform op het dak. Buiten het werkplatform op het dak, was ook zijn nieuwe nummer , ES 4612, speciaal. Er werden meerdere motorstellen
omgebouwd tot ES-dienststel, maar deze kregen bij hun ombouw telkens een nieuw driecijferig nummer. De 4612 vormde hierop de uitzondering.
Uiteindelijk reed de 4612 vanuit Montzen zijn rondjes tot zijn buitendienststelling in 1999, het was toen de laatste 46'er in actieve NMBS dienst.
Een buitengewoon groot deel van de 46'ers is bewaard gebleven, hetgeen een gevolg is van de betrouwbaarheid (zeker na de renovatie van de
jaren zeventig) en het goedkope onderhoud. Slechts zes van de twintig 46'ers zijn gesloopt. Een overzicht van de nog aanwezige autorails:
4601 Bewaard door de NMBS
4602 Bewaard door het TSP
4603 monument NMBS te Charleroi Sud
4605 Bewaard door het TSP
4608 Bewaard bij de CFV3V
4609 Bewaard door particulier te Hombourg
4610 Bewaard door de CFV3V
4611 Bewaard door de CFV3V
4612 Bewaard door TSP, doorverkocht SCM pluk(sloop 2003)
4613 Bewaard door ASVi, later TSP (pluk)
4614 Bewaard TTZ, nu restaurant Maredsous
4616 Bewaard door de CFV3V
4618 Bewaard door TSP
4620 Bewaard door MSTB, later SCM
Deze zijn allemaal nog roodgeel, behalve de 4611 (blauw-witte fantasielivrei op verzoek van de NMBS toen deze nog op Dinant-Givet reed),
4614 (groen) en 4618 (groen).
© Sicco Dierdorp
Het is verboden om de volledige tekst van deze pagina te publiceren zonder toestemming van de rechthebbende