BFOTO
BFOTO

Bekijk de Lokfiche  Bekijk de Technische fiche




Inleiding

Reeks 76 is zonder twijfel een vreemde eend in de NMBS-vijver. Geenszins een echte 'Belgische locomotief' werden de locomotieven gekocht van de NS, puur als werfloc voor de aan te leggen HSL-lijn Brussel-Lille. Van een commerciële inzet van de reeds veertig jaar oude locs voor de goederendienst was aanvankelijk geen enkele sprake.

NS-dienst

De serie 2200/2300 was één van de twee series die de NS kort na de Tweede Wereldoorlog bestelde om in snel tempo de wederopbouw te bewerkstelligen en de gehavende stoomtractie te vervangen. De 150 locomotieven werden gebouwd door Allan in Rotterdam en Schneider in Frankrijk. Ze kwamen roodbruin met nummerplaten in dienst, aanvankelijk zonder zaken als geluiddempers en zwaailichten, en werden door heel Nederland ingezet. In de jaren zeventig en opnieuw in de jaren tachtig werden enkele locomotieven afgevoerd vanwege de teruggang in het goederenvervoer. Ondertussen werden de meeste locomotieven voorzien van de geelgrijze NS-huisstijlkleur. Eén exemplaar, de radiografisch bestuurbare 2384 (vernummerd uit 2342), werd zelfs in de toen nieuwe NS Cargo kleurstelling geschilderd. Vanaf medio jaren negentig werden de 2200'en massaal aan de kant gezet, waarbij een handvol exemplaren het nog lang wist te rekken: in Zeeuws-Vlaanderen reden de laatste 2200'en nog tot 2002.

HSL-werkloc

Op het moment dat al tientallen locs aan de kant stonden in Nederland, meldde de NMBS zich bij de NS met een behoefte om snel goedkope diesellocs te kopen die geschikt waren voor de bouwtreinen op de aan te leggen HSL. De 2200'en waren hiervoor zeer geschikt door hun gemakkelijke bediening, relatieve betrouwbaarheid en de mogelijkheid tot langzaam rijden. De keus werd dan ook snel gemaakt om 25 locs aan te schaffen. De machines zouden bij de NMBS ingedeeld worden als rangeerlocs reeks 76, precies passend in de verhouding van het vermogen van de 2200 ten opzichte van de zware rangeerlocs in de 70-serie. De 25 locs werden gekozen uit de (schijnbaar) beste exemplaren. Hiertoe behoorden locomotieven die net terzijde stonden, maar ook die al vele jaren relatief veilig opgeborgen hadden gestaan. Het mengelmoesje van locs bevatte uiteindelijk vrijwel alle onderlinge uiterlijke afwijkingen die de 2200'en in hun NS-tijd gekregen hadden, zoals lage en hoge derde frontseinen en radiografische besturing. Zelfs de altijd bruin gebleven 2275 (7608) hoorde bij de groep en werd niet overgeschilderd. Wél overgeschilderd werd de 2219 (7617), zogenaamd de eerste die in feite zowel niet als eerste aangepast werd als het eerste nummer kreeg.

De locs werden door de werkplaats in Tilburg aangepast en geleverd in het voorjaar en de zomer van 1995. In Haine St. Pierre werd machinisteninstructie gegeven, waarna de locs vanuit de werfbasis van Coucou aan de slag gingen bij de aanleg van de HSL-1. Af en toe kwamen de locs op het normale NMBS-spoor, voor onderhoud in Schaarbeek (of bij zwaardere problemen in Tilburg) of met het uitwisselen van werkwagens of ballasttreinen.

Goederentreinen

In 1997 waren hun taken over, maar de NMBS wilde de locs graag gebruiken bij de HSL-2 van Leuven naar Luik. Hiertoe gingen ze allen naar Tilburg voor een opknapbeurt. Voordat de rails van hun nieuwe werkterrein gelegd werden, kregen de locs een tijdelijk ander emplooi. In de Antwerpse haven werden de locs dankbaar gebruikt voor het slepen van goederentreinen tussen de diverse bundels en Antwerpen Noord: toch nog een commerciële inzet! De locs werden zeer door de bestuurders gewaardeerd; het enige nadeel was het slechte zicht als met neus voorop gereden werd. Dit werd ondervangen door de locs standaard te koppelen met de cabines aan de buitenzijde.

Het einde

Vanaf december 1998 werden de 76'ers geleidelijk weer overgeplaatst naar de HSL-aanleg, ditmaal vanuit Voroux bij Luik. Enkele exemplaren werden ook ingezet voor de diverse werken tussen Brussel en Leuven, waarbij de HSL-sporen naast de gebruikelijke sporen gelegd werden en diverse emplacementen aangepast werden. Op 11 januari 2001 botsten bij Remicourt in de mist twee werktreinen op elkaar met fatale gevolgen voor de bestuurder. De vier betrokken locs, waaronder de 7601 en 7615, werden geschrapt. Bij de 7603 werden vervolgens op proef zwarte schrikstrepen aangebracht, zonder vervolg. In 2002 werden de locs geleidelijk naar Schaarbeek (hun officiële stelplaats) overgebracht voor de laatste werken in die regio. De 7605 en 7622 werden als plukloc afgevoerd. Op 15 december werden alle resterende locs officieel buiten dienst gesteld en op 1 maart van het volgende jaar geschrapt.
De 7608 en 7618 worden in Nederland bewaard en zijn terug omgebouwd tot NS 2200'en. De rest van de reeks is ondertussen gesloopt.

Het is verboden om de volledige tekst van deze pagina te publiceren zonder toestemming van de rechthebbende