BFOTO
BFOTO

Bekijk de Lokfiche  Bekijk de Technische fiche  Bekijk de Foto




Inleiding

Voor de nieuwe rijtuigen type I11, passend binnen een nieuwe 'look' van het binnenlandse treinverkeer, had de NMBS behoefte aan nieuwe elektrische locomotieven. Na een smerig politiek steekspel en een even onwelriekende keuze ontstond uiteindelijk het ontwerp van de reeks 13. Deze loc is gedeeltelijk afgeleid van de op dat moment in ontwikkeling zijnde Astride (SNCF serie 36000) van Alstom en deels nieuw ontwikkeld naar de Belgische eisen. Het resultaat was een vrijwel volledig experimentele loc, waarvan er zonder een protoserie gelijk tachtig werden besteld: zestig voor de NMBS en twintig als serie 3000 voor de CFL. Er werd dus voorbij gegaan aan de veel goedkopere en al uitgebreid getestte Eurosprinter, die bij mensen die er wél verstand van hebben de voorkeur had. Daarboven waren er al problemen geconstateerd bij proefnemingen met loc 1901 (ex 2130, tijdelijk voorzien van elektronische besturing en asynchrone driefasenmotoren zoals in reeks 13 zouden moeten komen). Dit alles werd dus in de wind geslagen om puur politieke redenen. Zo was één van de uitermate vreemde consessies van GEC-Alstom dat zeventig van de tachtig locs bij BN, onderdeel van het concern, afgebouwd werden en dus niet bij Alstom zelf.

Er werden concessies gedaan met betrekking tot het ontwerp van de Astride, wat zich vooral uitte in een andere kop, waarbij blijkbaar wél ineens functionaliteit boven alles (zoals schoonheid) stond. De locomotieven werden als tweesysteemloc uitgevoerd, zodat de NMBS- en CFL-varianten op elkaars netwerk kunnen rijden. Uiterlijk werden zij geschilderd in de I11-huisstijl, met een rode lijn voor de CFL-locs en een blauwe voor reeks 13. Op 31 december 1997 startte de levering van de eerste vijf 13's en vijftien 3000'en, en het ging vrijwel gelijk mis. Bijna steevast vielen de locs in panne, en buiten zware storingen aan de loc zelf zorgden met name op het CFL-net de locs voor storingen aan de beveiliging en het telecommunicatiesysteem. Een trein met een 13 of 3000 reed vaker niet dan wel, wat in Luxemburg (waar de locs als eerste in de normale dienst kwamen) voor nogal wat ophef zorgde. De levering werd maandenlang opgeschort en reeks 13 werd pas na anderhalf jaar voorgesteld aan de pers, maar ook daarna voldeden ze niet. Ze hadden in dienst moeten komen met I11-rijtuigen tussen Oostende en Eupen, maar vele maanden lang werd nog niet een fractie van de omloop gereden. Voortdurend werden de locs door de fabriek aangepast. In Luxemburg rijden de locs slechts op halve kracht totdat de energievoorziening door middel van meer onderstations overal is verbeterd. Het leverde de locs spottend de bijnaam 'serie 1500' op.

In 2001 werd de levering voltooid. Inmiddels was met name de bedrijfszekerheid van reeks 13 verbeterd. Morrend accepteerde de CFL ook de laatste vijf locs, die twee jaar lang buiten in Brugge gestaan hadden. Blij met de serie waren ze echter nog steeds niet, en jarenlang waren er geruchten dat de CFL ze wilde verkopen aan de NMBS. Toen de 3001 - op dat moment nog van de fabriek - uitbrandde na een elektrische storing werd de loc zelfs niet meer hersteld!

Inzet

Reeks 13 werd na de elektrificatie van de Athus-Meuselijn ingezet in het goederenvervoer naar Frankrijk en langzaamaan werden alle locs aangepast om helemaal door te mogen rijden naar rangeerterrein Saint-Louis. Op dezelfde lijn rijden hun Luxemburgse broertjes deels mee in de omloop van reeks 13. De andere 30'ers worden ingezet op lijn 42 tussen Liers en Luxemburg in de reizigersdienst. Omdat bij het begin van de diensten naar Frankrijk nog niet alle 13'ers waren aangepast, werd onder het nummer op de flank "Saint-Louis" bijgeschreven, op deze manier kon men de aangepaste locomotieven onderscheiden van de rest. Later, toen ieder exemplaar was aangepast, verdween dit onderschrift.
Na de aanleg van HSL 2 werden alle 13's aangepast om hierop te rijden (installatie van TBL2), waarmee de IC Oostende-Eupen hierlangs verlegd werd. Doordat bij de eerste ritten over lijn 2 nog niet alle 13'ers waren uitgerust met TBL2, werd onder het nummer op de flank het opschrift "L2" voorzien, op deze manier kon men de aangepaste locomotieven onderscheiden van de rest. Later, toen iedere 13'er TBL2 had, werd dit opschrift verwijderd.
In 2006, bij de oprichting van de rechtstreekse Brussel-Maastricht dienst, kreeg reeks 13 zelfs extra reizigersdiensten over lijn 2 (waarbij er zelfs aangepaste I6'en werden gebruikt wegens een tekort aan I11'en!).

Om de concurentie met het wegvervoer aan te kunnen werd op 31 maart 2006 Sibelit opgericht. Sibelit is een samenwerking tussen de NMBS, CFL, Fret SNCF en CFF Cargo en heeft tot doel om sneller spoorvervoer mogelijk te maken tussen Antwerpen en Zwitserland/Italië. Elke maatschappij reserveert enkele locomotieven voor het Sibelit project, voor de NMBS waren dit 1301 - 1339. Later uitgebreid met 1340 - 1344 en 1359.
Naar het einde van 2011, bij de levering van reeks 18 (II), was het de bedoeling om reeks 13 volledig uit de reizigersdienst terug te trekken en volledig in te zetten in de goederendienst. Het is niet toevallig dat men deze beslissing nam. De locomotief was immers via subsidies aangekocht door de NMBS vooraleer Europa besliste dat goederenfilialen nieuwe locomotieven moeten aankopen met eigen middelen. Dit heeft als gevolg dat alle nieuwe locomotieftypes bij B-logistics (reeks 28, 29 en 57) gelaesed worden in plaats van gekocht. Doordat reeks 13 aan deze regelgeving ontsnapte, bezit B-logistics nog een eigen modernere en goedkopere locomotief.

Door de crisis daalde het aantal benodigde locomotieven voor het Sibelit project echter sterk. Een 21-tal locomotieven bleek onnodig te zijn en werd rond 2011-2012 teruggetrokken uit het project. Van deze terugtrekking maakte men dankbaar gebruik om reeks 13 in te zetten ter vervanging van reeksen 12, 20, 23 en 26. Dankzij deze nieuwe inzet is reeks 13 te zien voor binnenlandse treinen (slabbstreinen tussen Genk - Châtelet en Gent - La Louvière) en op grensbaanvakken waar ze voorheen niet kwamen (lijn 75). Doordat er genoeg 13'ers zijn om de goederendiensten te blijven verzekeren, werden er 15 stuks voorbehouden voor de reizigersdienst.

Vanaf oktober 2014 kampte B-logistics terug met een locterkort. Om dit op te vangen werden er 3 locomotieven van B-technics gehuurd, zoals voorheen gebruikelijk werd er nu niet meer per nummer maar op aantal. Op deze manier heeft B-logistics ten allen tijden 3 rijvaardige 13'ers extra.

TBL1+

In het kader van veiliger spoorvervoer besliste NMBS-technics in 2012 om TBL1+ op hun locomotieven te installeren. Omdat de installatie van dit veiligheidssysteem niet verplicht is, werden de locomotieven van NMBS-logistics hier niet van voorzien. Dankzij de installatie van TBL1+ waren de technics locomotieven echter niet meer welkom in Luxemburg. Dit zorgde voor een problematische situatie omdat een groot deel van de passagiersdiensten voor reeks 13 treinen naar Luxeumburg zijn. In de periode dat er nog maar enkele locomotieven uitgerust waren met TBL1+ kon het tekort aan geschikte 13'ers makkelijk worden opgevangen door enkele locomotieven van de pensioensgerechtigde reeks 20.
In september 2013 waren er zoveel 13'ers omgebouwd dat zelfs reeks 20 het tekort niet meer kon opvangen: Om het probleem opgelost te krijgen werd er een grote wisseltruc opgezet. HLE 1309, 1311, 1316, 1319 en 1338 kwam tijdelijk in de NMBS-technics pool terecht terwijl HLE 1348, 1349, 1350 en 1352 naar NMBS-logistics verhuisenden.
Half december 2013 werden de TBL1+ 13'ers toegelaten in Luxemburg, deze toelating betekende op 31 december 2013 het onvermijdelijke einde voor reeks 20. Dankzij de goedkeuring werden de NMBS technics en logistics 13'ers eind december ook terug naar 'hun' afdeling geswitched.

Het is verboden om de volledige tekst van deze pagina te publiceren zonder toestemming van de rechthebbende