BFOTO
BFOTO

Bekijk de Lokfiche  Bekijk de Technische fiche  Bekijk de Foto




Inleiding

Een paar jaar na de levering van de laatste type 123 ontstond er toch weer de behoefte aan enkele locs, met name voor sneltreindiensten vanuit Brussel. Hiertoe werden twee kleine series besteld: de typen 125 en 140. Beide werden zij gebaseerd op de 123, maar dan zonder de rheostatische rem. Tevens werd een gemoderniseerde (vereenvoudigde) elektrische installatie en aanzetinrichting toegepast.

De zestien locomotieven type 125 werden door het inmiddels tot BN gefuseerde bedrijf te Nivelles geleverd aan Brussel Zuid. In tegenstelling tot de 122 en 123 werden zij gelijk in het donkergroen geleverd, met wel die sierstrips (zonder tweede V op het front zoals de 123 wel had). De aanvankelijk in Brussel gestartte 125's verhuisden in 1967 naar Oostende, maar twee van hen keerden al naar twee maanden terug, in 1970 gevolgd door de overige veertien.
De zes locs serie 140 werden in 1961 eveneens in Brussel Zuid in dienst gesteld. Deze locomotieven waren bedoeld voor de sneltreindienst O ostende-Brussel-Luik, waarvan de maximum snelheid werd verhoogd. Hiertoe werd de overbrengingsverhouding van de locs gewijzigd, waardoor zij 140 km/u konden rijden (vandaar het typenummer). Verder was de loc gelijk aan de 125. Uiterlijk vielen de donkergroen geschilderde locs op door een extra omgekeerde driehoek in de V van de sierlijn op de fronten. De hogere snelheid van de 140 was geen uitgesproken succes, want zoals veel "opgewaardeerde" locomotiefseries werd de extra snelheid teniet gedaan door een trager op gang komen. tevens was en aparte, kleine serie omlooptechnisch niet handig. In 1965 werd met loc 140.005 nog wel een test gedaan met verschillende opzetkoppen voor een betere luchtweerstand (proeven, waarbij uiteindelijk de kopvorm van de latere reeks 16 uitekozen werd). In 1967-1968 werd de overbrenging gewijzigd naar het type 125 en werden de zes locs vernummerd in 125.101-125.106. In 1971 werden de series 125.0 en 125.1 vernummerd tot één reeks 25 (2501-2522).

Reeks 25.5

Toen in 1957 de hele verbinding Brussel-Antwerpen-Amsterdam elektrisch was, kon men volstaan met de twaalf speciaal gebouwde Beneluxtreinstellen NMBS 220.901-220.904 en NS 1201-1208. De verbinding was echter een dermate succes, dat het nodig werd meer en langere treinen in te zetten. Om niet de kosten (ook in tijd) van nieuw materieel te hoeven maken, maar toch het kopmaken in kopstation Antwerpen Centraal te vergemakkelijken, werd besloten tot een op dat moment voor het internationale treinverkeer redelijk revolutionaire oplossing: trekduwtreinen. De trekduwtrein werd samengesteld uit Nederlandse en Belgische rijtuigen (een van een cabine voorziene en tot stuurstand omgebouwde RD plan D en drie plan W rijtuigen tweede klasse van de NS en een A en AB type I4 van de NMBS). De NMBS leverde de locomotieven in de vorm van acht omgebouwde locomotieven reeks 25. Zij werden omgebouwd tot meerstroomlocomotieven (voor 1500 volt bij de NS) met een geheel nieuwe elektrische installatie, de beide schaarpanto's werden vervangen door één eenbeenpantograaf (om het voor NS begrippen erg hoge gewicht voor een vierassige loc te drukken). Ook werd bijvoorbeeld een derde frontsein geplaatst. De locs 2515-2522 verden verkozen en op volgorde verbouwd en vernummerd in 2551-2558. Dat er haast bij was blijkt wel, binnen enkele maanden (in 1974) werden alle locs afgeleverd. Ze kwamen in dienst in het donkerblauw, al snel afgemaakt door een brede, gele sierbies over de hele lengte - welke in de jaren tachtig onderbroken zou worden ter hoogte van de luchtroosters.
Er was altijd sprake van een tekort, zowel door defecten aan de rijtuigstam of aan de locs. Er waren te weinig stammen samengesteld (acht) voor de intensieve normale dienst. Toen op 26 maart 1979 de 2557 bij Kapellen op een vrachtauto botste en zeer ernstig beschadigd werd, werd besloten de op dat moment in revisie zijnde 2504 snel om te bouwen met behulp van de elektrische installatie uit de 2557. De eerste 2557 werd uiteindelijk hersteld en als "normale" 2504 (tweede bezetting) in dienst gesteld.

Technische aanpassingen

Alle locs reeks 25 zijn ooit voorzien van aanpassingen om automatische koppelingen te plaatsen, maar hiervan is het nooit gekomen. De 25 werd nooit voorzien van multiplekabels, wel (bij aflevering) van een lampenblok voor rijden in treinschakeling. In de jaren zeventig werden de enkele frontseinen vervangen door dubbele. In de tweede helft van de jaren zeventig werd bij elke loc reeks 25een extra luchtrooster geplaatst aan één zijde .

Vanwege de goede ervaringen van zowel de 25.5 in de Benelux-trekduwdienst als de dieseltrekduwtreinen sinds eind jaren zestig, werd besloten de 2501-2514 ook te voorzien van mogelijkheden tot trekduwverkeer, maar dan met aanpaste M2's in het reizigersverkeer vanuit Antwerpen (de laatste jaren enkel nog toegevoegde spitstreinen). hiertoe werden acht M2's voorzien van een nieuwe kop, die een stuk gestroomlijnder was dan de eerdere diesel-stuurstandrijtuigen. De combinaties kwamen in 1981 in dienst.

Livrei

Evenals de 22 en 23 werden enkele locomotieven reeks 25 voorzien van de nieuwe gele schildering in 1979 en 1980 (2501-2503, 2506 en 2508-2513). In de periode 1989-1991 werden enkele van hen ook blauw geschilderd, in 1996 en 1997 werden de laatste vier gele locs overgeschilderd. De vier nooit geel geweeste locs werden van groen direct blauw.

Buitendienststelling

In 1995 de resterende locs reeks 25 overgeplaatst naar Antwerpen Dam (nu Antwerpen Noord). De locs reeks 25 raakten hun reizigerstreinen met M2's de laatste jaren kwijt door de buiten dienststelling van de oude rijtuigen. Hierdoor werden de 25's meer ingezet in de goederendienst, waar zij voorheen relatief weinig in reden. ook springen ze bij in de omloop van reeks 22, waaronder bij de allerlaatste door klassieke elocs gereden spitstreinen vanuit Brussel. Ze komen hierdoor in een veel groter gebied dat het grootste deel van hun loopbaan. Er is enige tijd sprake geweest van een verkoop van de locs aan Italië, maar uiteindelijk werd besloten eerst reeks 22 af te stoten. Er is echter geen aparte omloop meer voor de 25's, zodat toch voor hun toekomst gevreesd moet worden. Op 12 december 2003 werden reeds zeven locomotieven buiten dienst gesteld en de rest zou nog in 2004 aan de kant moeten gaan. Zover is het echter nooit gekomen, wegens loctekort kreeg reeks 25 alsnog een eigen omloop en leverden ze trekkracht aan P-treinen vanuit Brussel. Af en toe werden ze zelfs nog ingezet om extra goederentreinen te slepen. Door de economische crisis in 2009 en de bijhorende instorting van het goederenvervoer werd de NMBS geconfronteerd met een locoverschot. Van deze gelegenheid werd gebruik gemaakt om reeks 25 buiten dienst te stellen ten voordele van de "werkloze" reeks 23.

Het is verboden om de volledige tekst van deze pagina te publiceren zonder toestemming van de rechthebbende